"De pracht en kracht van het woord'
Gedicht: Dichter bij elkaar
“Ik dicht bij jou,
en jij bij mij
en samen,
samen dichten wij
de loze leegten,
gapende gaten,
lacunes, leemtes
en hiaten
in elke taal
die ons vervoert
naar prikkelender zinnen
en mooiere (w)oorden
om verbaal te beminnen
van river deep
tot mountain high
ben ik dichter bij jou,
en jij bij mij.”
muziek: ‘Tot je mijn liefde voelt’, gezongen door Nynke en begeleid door
Peter Smit (gitaar) en Jeroen de Valk (contrabas)
Allemaal van harte welkom. Ik vind het heel bijzonder
om hier te staan vandaag, op deze plek. Toen mij gevraagd werd of ik deze
eerste Preek van de Leek van dit vijfde seizoen wilde gaan doen, moest ik wel
even diep nadenken. Zou dit wel iets voor mij zijn? Ik word wel es gevraagd
voor een presentatieklusje, maar dat soort dingen hou ik eigenlijk altijd af. Ik
vind mijzelf niet zo’n prater of preker of spreker. Maar op de een of andere manier
werd ik toch enthousiast voor het concept van Preek van de Leek. En stiekem was
ik ook wel een beetje nieuwsgierig: hoe zou het zijn om een keer op dit podium
te staan? Ik heb inmiddels vele podia beklommen, als zangeres en als dichter,
maar nog nooit in zo’n grote, indrukwekkende en voor mij wel enigszins beladen
ruimte.
Begin vorig jaar werd ik gekozen tot stadsdichter
van Amersfoort. Dit is een functie die ik tot op heden met heel veel plezier
bekleed. Ik schrijf en dicht al vanaf het moment dat ik een pen kon vasthouden.
Aan schrijven beleef ik bijna mijn hele leven dus (en dat is inmiddels ruim 46
jaar) al heel veel genoegen. Naast mijn stadsdichterschap ben ik communicatieadviseur en tekstschrijver, en ook daar kan ik veel creativiteit en
energie in kwijt. Communicatie, spelen met taal: het is mijn vak en mijn hobby.
En daar mag ik iedere dag mee bezig zijn, betaald en onbetaald. In beide zit in
ieder geval het woord taal, gelukkig. Ik word blij van mooie woorden, mooie zinnen, mooie teksten; het geschreven en
gesproken woord. En dat woord, als onderdeel van onze taal, kan prachtig en
krachtig zijn, in positieve en negatieve zin.
Driek van Wissen, ooit dichter des Vaderlands zei regelmatig: Taal is het
voertuig van de geest, maar onze taal is wel een krakende wagen geworden. Hij
doelde daarmee met name op het gebrek aan kennis van de spelling. Maar ik zeg:
de wagen kraakt tegenwoordig niet alleen door een gebrekkige spelling, maar
vooral ook door gebrek aan respect en fatsoen en stijl. Ik doel niet zozeer op
de schrijfstijl, maar op de inhoudelijke kant van het geschreven en gesproken
woord. En daar wil ik het vanmiddag over hebben. De pracht en kracht van het
woord, in de breedste zin ‘van het woord’.
Het gebruik van woorden, kreten,
communicatie: het is zo oud als de mensheid zelf. Want de mens heeft, een
enkele uitzondering daar gelaten, nu eenmaal interactie met andere mensen nodig
om te kunnen overleven, om te kunnen voortbestaan. Ik weet natuurlijk niet
precies hoe het er 400 of 4.000 of 400.000 jaar geleden qua communicatie tussen
mensen aan toe ging, want ik was er niet bij. Er is maar beperkt informatie
over. Een paar honderd jaar geleden was de mens in ieder geval nog vooral bezig
met wat er in zijn directe leefomgeving gebeurde. Er werd weinig gereisd en de communicatie bestond vooral uit mondelinge uitwisseling van praktische termen. Er werd nog maar zeer beperkt gebruik gemaakt van papier als informatiedrager. Sterker nog: in de vroege middeleeuwen konden over het algemeen alleen de monniken lezen en schrijven. Je had dan dus ook niet zoveel aan een boek of schrift. Het volk liet zich voorlezen. Pas in de loop van de 17e en 18e eeuw leerden ook 'gewone' mensen lezen en schrijven. En werd hun horizon iets breder.
En nu, nu is het grootste deel van de wereld gealfabetiseerd en niet alleen
dat: we zijn dag en nacht elkaar met informatie aan het bestoken via het
wereldwijde web dat is geweven tussen ingenieuze satellieten. We zijn hierdoor
allemaal met elkaar verbonden via een druk op de knop of muisklik en kunnen
over alles met bijna iedereen communiceren. We reizen heel wat af en leren
andere culturen en talen kennen. En als we elkaar niet verstaan, schakelen we
een vertaalappje of robot in en we weten waar het over gaat. We staan meer met
elkaar in contact dan ooit tevoren.
En toch heb ik het idee dat we verder van elkaar verwijderd raken.
We raken beetje bij beetje verder van
elkaar verwijderd. De fysieke afstand kan overbrugd worden door slimme communicatietools,
we zien elkaar, horen elkaar, lezen elkaar, mailen en appen elkaar, posten en
liken er op los bij onze 500 of meer facebookvrienden en op allerlei blogs en
nieuwspagina’s, maar ik heb de indruk dat we ondanks alle mooie middelen niet
per se ‘dichter bij elkaar’ komen. Regelmatig verworden op social media en op
televisie gewone uitwisselingen van woorden tot heuse woordenwisselingen en
erger, tot scheldpartijen. Over de komst van vluchtelingen, over zwarte Piet,
over de politiek, over andersdenkenden. Kijk alleen al naar de verkiezingen in
Amerika: het is werkelijk tenenkrommend wat daar door de presidentskandidaten en
hun aanhangers allemaal de wereld wordt ingeslingerd. De onverdraagzaamheid tussen mensen loopt op, de polarisatie neemt toe en het
respect neemt af.
Steeds meer mensen leiden dubbellevens: een echt leven, waarin ze zich door de
dagelijkse uitdagingen heen worstelen en in stilte eenzaam lijden én een leven
op Facebook of Instagram, waar ze honderden ‘vrienden’ hebben met wie ze
oppervlakkige teksten en plaatjes uitwisselen waar vanaf druipt: ‘kijk eens hoe
leuk mijn leven is!’ En dat allemaal om maar het gevoel te hebben dat ze er toe
doen.
En velen leiden een tweede leven op
social media, waarin ze onder een schuilnaam de meest verschrikkelijke reacties
plaatsen op nieuwsberichten, die aanzetten tot haat, tot pesten, tot discriminatie
en tot racisme. Ondertussen tikt de klok door en wordt de mensheid ouder dankzij
de medische wetenschap, maar we worden niet per se wijzer... We communiceren
ons drie slagen in de rondte, maar ik vraag mij steeds vaker af: Hoe verbonden en
betrokken zijn we eigenlijk écht? Draaien we rond in een vicieuze cirkel? Zitten we in een neerwaartse spiraal? Er
is geen pilletje tegen eenzaamheid. En die eenzaamheid ligt op de loer, als we
niet oppassen…
Muziek: Cirkels (Windmills of your mind), gezongen door Nynke en begeleid
door Peter Smit (gitaar) en Jeroen de Valk.
Maar gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel.
Er zijn er ook genoeg mensen die de wereld mooier maken met hun woorden en
daden, die over hun irritaties en frustraties heen kunnen stappen en spreken en
schrijven met respect voor anderen. Die complimenten maken, fouten vergeven, en
helende, troostende woorden bieden aan diegenen die ze nodig hebben. Geluk en
plezier kan in kleine dingen gevonden worden en een ander met wat begrip en
fatsoen tegemoet treden draagt daar naar mijn idee enorm aan bij. Je hebt er vaak
niet eens veel woorden voor nodig. Maar je moet de ander wel wíllen zien en
begrijpen. Om met Johan Cruijf te spreken: je gaat het pas zien, als je het
doorhebt.
Ach, het leven duurt maar even, wat zou
het geweldig zijn als we er allemaal van kunnen genieten, elkaar een beetje meer
verbaal en non-verbaal sparen en samen een dansje maken, een mooi gedicht of
muziekstuk maken of een krachtig, positief statement. Of dat allemaal tegelijk.
En misschien moeten we wat meer schwung toevoegen. Wat meer licht en
luchtigheid, gezelligheid en vrolijkheid in het leven, in ons gedrag en in onze
communicatie. Want u weet toch: it don’t mean a thing, if it aint
got that swing.
Muziek: instrumentaal door Jeroen en
Peter: ‘it don’t mean a thing’
Ik wil graag een fragment uit Johannes 1 aan u
voorlezen:
“In het begin was er het woord. In het woord was het leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar
macht gekregen. Het woord was in de wereld. De wereld is door dat woord ontstaan.”
Nu kun je dit woord heel religieus
opvatten, het verwijst oorspronkelijk naar het scheppingslied uit Genesis 1.
Daarin ontstaan de wereld en de kosmos door de kracht van het eerste woord (of
eigenlijk is het een zin: er moet licht komen!) Maar net zoals de meeste
teksten voor meerdere interpretaties vatbaar zijn, is dit ook anders te
‘vertalen’.
Voor mij is een woord, het woord, niet meer en niet minder dan de drager van communicatie
binnen een taal, of tussen verschillende talen. Het woord is verbaal geschreven of gesproken gereedschap, waarmee we prachtige en krachtige dingen
kunnen bewerkstelligen. Of scheppen, zo u wilt, en waarmee we het licht kunnen laten
schijnen in de duisternis. Door een woord kan een wereld ontstaan. En welke
invulling ú daar aan geeft, dat is aan u.
De bijbel is voor mij als atheïst en humanist geen
leidraad om naar te leven, maar ik zie het wel als een mooie verzameling
verhalen, die inspirerend kunnen zijn in de kunst, in de muziek en in het
dagelijks leven. Veel van ons huidige tradities, gewoontes en spreekwoorden en
gezegden vinden hun oorsprong in de bijbel en andere oude al dan niet
religieuze geschriften. De kracht van het woord is hierin voor de lezer of
toehoorder heel belangrijk: wat staat er geschreven, wat wordt er gezegd, wat
wordt ermee bedoeld, is er een achterliggende boodschap? En herken ik mij in
wat ik hoor of lees, moet of wil ik er zelf iets mee of leg ik het naast me
neer?
Woorden kunnen prachtig zijn, én
krachtig. Of allebei. Zoals ik als zei: die kracht kan positief zijn of
negatief. Veroordelend, kwetsend, denigrerend…. Maar ook troostend, ontroerend,
grappig of leerzaam. Woorden kunnen zoveel lading krijgen, ook los van de
feitelijke betekenis. Sommige woorden maken blijvende indruk, we onthouden ze
voor altijd: de eerste woordjes van een kind, de laatste woorden van een
stervende. De woorden bij een afscheid, de woorden van onze geliefde, een
spontaan en welgemeend compliment, een songtekst die maar in ons hoofd blijft
hangen… Ik zal u de hele lijst met mogelijkheden besparen. Maar we hebben er allemaal
genoeg voorbeelden van.
Vroeger was ik heel verlegen. Op de lagere school schrééf ik meer dan dat ik
sprak. Tientallen schriften en dagboeken vol. Zomaar een praatje maken met
onbekende kinderen vond ik heel spannend en volwassenen aanspreken durfde ik al
helemaal niet. Laat staan dat ik op een podium durfde. Maar gek genoeg deed ik
het toch. Ik begrijp nu nóg niet wat me bezielde om als 8-jarige een
zelfgemaakt gedicht over een egel zingend voor te dragen voor de hele school.
Misschien kwam het doordat ik verstopt zat in een egelpak, dat door mijn moeder
was gemaakt van lichtbruin isolatieschuim met een paar honderd satéprikkers
erin. Ik was een mooi uitgedoste egel en de voordracht ging geloof ik wel goed.
Maar het duurde wel 7 jaar, voor ik weer een podium opging. Ik moest, want ik
was een van de winnaars van de dichtwedstrijd DichterbijDichter en mocht als
15-jarige mijn gedicht voordragen voor 800 man publiek in de schouwburg in
Leeuwarden. Het was tevens mijn eerste kennismaking met drs. P met wie ik samen
op het podium stond. Die man maakte gelijk een enorme indruk op mij. Ik wist
nog maar nauwelijks wat metrum, rijmschema's en light verse betekenden, maar ik
voelde toen al wel dat ik me daarin wilde verdiepen en bekwamen. En dat heb ik
gedaan in de jaren die volgden.
Ik ging Nederlands en communicatie
studeren aan de universiteit van Groningen, en ik werd communicatieadviseur en
tekstschrijver. Allerlei soorten teksten heb ik geschreven, duizenden. Van sinterklaasgedichten
in opdracht tot complete jaarverslagen van bedrijven en alles er tussenin:
persberichten, folders, brochures, nota’s, beleidsplannen, advertenties,
boekjes, handleidingen, mailings, nieuwsbrieven, webteksten, dictees, columns
en natuurlijk gedichten, ik schreef heel veel gedichten. Alleen al in de
afgelopen anderhalf jaar als stadsdichter meer dan honderd.
Ik vind het heel leuk
om te doen zoals ik al zei, het schrijven van de gedichten, maar ook het
voordragen ervan. Al duurt dat meestal maar een paar minuten; ik zie en hoor
hoe mensen erop reageren en wat het met ze doet. Ik ben ervan overtuigd dat je met
geschreven en gesproken taal, ook zonder de non-verbale communicatie erbij (dus
zonder een gezichtsuitdrukking of gebaren) heel krachtig een boodschap kunt
overbrengen. En daarbij geldt altijd wat mij betreft, zowel in het geschreven
als gesproken woord: C’est le ton, qui fait la musique. Het is de toon, die de
muziek maakt. Maar die toon kan wel door verschillende mensen verschillend
waargenomen of geïnterpreteerd worden. Een simpel woord kan verschillende
betekenissen hebben, of krijgen. Ik denk alleen al aan een woord als ja. Afhankelijk
van de wijze waarop het wordt uitgesproken of geschreven betekent het
verschillende dingen: Ja? Ja! Jaja. En dat zijn dan nog maar 3 versies, er zijn
er veel meer.
Als dichter en schrijver is het geweldig
om daarmee te spelen. Dan mag je de verbeelding wel een beetje aan het werk te
zetten. Dan is het leuk om een woord meerdere betekenissen mee te geven. Of
nieuwe woorden te verzinnen. Of woordcombinaties te maken die ongebruikelijk
zijn. En dan heb ik het nog niet eens gehad over rijm en metrum… Ik hou ervan
en zou er urenlang over kunnen praten (maar dat ga ik hier nu niet doen).
Dichterlijke vrijheid is prachtig. En een gedicht mag prikkelen, mag aanzetten
tot denken. Zelf wil ik nooit bewust mensen beledigen of kwetsen met mijn
teksten en gedichten. Misschien maakt mij dat een wat ‘bravere’ dichter. Maar
verbaal geweld of agressie voegt wat mij betreft weinig toe. Het shockeert misschien en schudt de
boel even op, maar het kan zich ook tegen je keren. Het zál zich tegen je
keren. Woorden hebben de eigenschap terug te kaatsen. ‘Je weet: wat gij niet
wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, zei mijn moeder altijd.
Dat geldt ook voor het internet in onze
huidige tijd: via blogs, columns en social media kan heel kort en krachtig een
statement worden gemaakt. En omdat je er vaak geen context bij krijgt, kan de
fantasie met mensen aan de haal gaan. Dat kan prachtig zijn, maar de eigen
interpretatie kan ook heel verkeerd uitpakken. Dat heb ik een paar keer aan den
lijve ondervonden! Een misverstand is snel geboren, als jouw boodschap anders
wordt opgevat dan je bedoelde.
Zo schreef ik een tijdje geleden eens een gedicht over tradities en de
vergankelijkheid daarvan, en ik gebruikte een oude spijkerbroek als metafoor.
Nu waren er mensen die dachten het gedicht gewoon
over een spijkerbroek ging. Terwijl ik juist probeerde een veel groter,
maatschappelijker thema aan te snijden. En zo had ik ook tijdens de Olympische
Spelen eens iets gezegd over het feit dat Daphne Schippers na haar zilveren
medaille-race (die volgens haar goud had moeten worden) haar schoenen over de
baan smeet. Ik schreef dat ik dat een beetje vreemd gedrag vond. En vervolgens
kreeg ik van alles over me heen. Hoe dúrfde ik iets te zeggen van onze
Daphne! En dat is nog niet zo erg, maar dat ging gepaard met nogal wat verbaal gefoeter,
waar ik best wel van schrok.
En dit zijn dan nog vrij onschuldige voorbeelden. Maar op internet zie je veel
mensen die iets willen aankaarten, als reactie op het nieuws in ons land of in
de wereld. En vervolgens krijgen ze een eindeloze stroom aan ‘tegenreacties’,
die vaak niet zo netjes geformuleerd zijn. Het gaat niet meer over het gedrag
of over de inhoud, maar over de persoon. De ‘tegenreageerders’ gebruiken (of
liever gezegd: misbruiken) hun vrijheid van meningsuiting om vanuit hun luie
stoel vanachter hun computer of telefoonschermpje anderen uit te schelden,
zwart te maken of te kwetsen. De taal als krakende wagen, die overal tegenaan
botst. En het lijkt wel of hele volksstammen zich ineens geroepen voelen om,
vaak niet gehinderd door enige kennis, óveral iets van te vinden. De primaire, ondoordachte
reacties vliegen je om de oren op het wereldwijde web.
Zouden die schreeuwers dat ook doen als
ze recht tegenover de persoon stonden, tegen wie ze zo kwetsend zijn? Waar is
de tijd gebleven, dat het gezegde ‘bezint eer gij begint’ niet alleen een
tegeltje aan de wand in de keuken was, maar men er ook naar handelde?
Gedicht: ‘Van die dingen’
“Vroeger stond je bij de bakker
en dan hoorde je wel eens wat,
als Truus of Piet of 'n and're knakker
iets 'van horen zeggen' had.
Ook op de verjaarspartijtjes,
naast de kaas, de worst en chips
kreeg je vaak de gekste feitjes,
roddels, nieuwtjes, trucs en tips.
Al wat je te horen kreeg:
je dacht
erover na voor even,
lachte heimelijk of je zweeg
en ging weer verder met je leven.
En vond je ergens eens iets van,
nou, dan vertelde je dat alleen
als je gevraagd werd op de man
in het gezelschap om je heen.
Maar tegenwoordig, potverdikke,
schreeuwt
men alles van de daken
overal klinkt het 'ikke ikke, hoor mij,
laat míjn geroep je raken!'
Dat geblaat in 't openbaar,
geblèr, gefoeter en gescheld:
het drijft ons verder uit elkaar,
zaait louter haat en oogst geweld.
In meningsuiting zijn we vrij,
maar wat
fatsoen zou prettig zijn.
Zo moeilijk is dat niet, lijkt mij,
probeer het maar: het doet geen pijn.
Wat gij niet wilt dat u geschiedt
op
straat, op internet of privé,
please, doe dat ook een ander niet;
hou in, hou van en wees tevree.”
Muziek: ‘Ontluistering’ (compositie: Jeroen de Valk, gedicht en zang: Nynke
Geertsma, gitaar: Peter Smit)
Ontluistering
woorden, zinnen uit jouw mond
op weg naar mijn 'luisterend' oor
je praat, gebaart maar wat je zegt
dringt niet echt tot mij door
ik hoor wat ik wil, ik wil wat ik hoor
en plotseling is het stil
jouw blik kruist de mijne en woorden verdwijnen
tussen de regels door ik wil
verwoorden, verzinnen,
maar waar te beginnen
is dit onbezonnen of ongehoord?
ik zoek een weg naar binnen
naar jouw mond vol zinnen
zonder ook maar één gesproken woord
Het is mij een eer dat ik vandaag mag
spreken en preken over de pracht en kracht van het woord, en wat dat voor mij
betekent. Er is nog zoveel over te zeggen en er zijn zoveel dingen die ik niet
heb genoemd, maar die daarom niet minder belangrijk zijn. Schrijven is
schrappen, maar ook: wie schrijft, die blijft. En wie leest, prikkelt de geest.
Gedicht: Uitgelezen
Als in een kabbelende rivier
stromen de woorden naar me toe.
Ik duik erin, zwem met ze mee
en waar we heen gaan, geen idee.
Zo dobberend in 't avondgloren
tussen zinnen, metaforen,
tussen regels over liefde
en het aardse wel en wee,
drijven langzaam mijn gedachten
af naar mysterieuze oorden
waar de stroom van schone woorden
geruisloos uitmondt in de zee.
Op een eiland vol verwondering
dool ik rond de hele nacht
waar tussen spaties, komma's, punten
de ontknoping op mij wacht.
Maar hoe het eind ook klinkt of klopt
en hoe volmaakt het ook zal wezen:
een nieuw begin duikt steeds weer op,
zodat ik nooit ben uitgelezen.
----------
Hartelijk dank voor uw aandacht. Ik wens
u veel mooie woorden, krachtige communicatie en passende stilte en bezinning
als de situatie er om vraagt.