zondag 17 oktober 2021

Gewoon ouderwets

Gewoon ouderwets

Het was een buitengewoon raar en verwarrend weekend met als belangrijkste les: RTFM. (Oftewel, read the f*** manual). Vrijdag kreeg ik keelpijn en begon ik te niezen en te hoesten. Zaterdagochtend zat mijn hoofd compleet vol en kreeg ik koude rillingen. Well, 'bij klachten niet wachten', dus ik haalde de gratis Rijksoverheid-c-sneltest gauw uit het laatje. Ik had zo'n test al ooit eens gedaan dus ik hoefde niet meer dat hele A3-tje erbij door te lezen, maar maar om zeker te zijn dat ik de procedure goed had, scande ik snel nog even de volgorde van stappen. Ik was goed bezig. Bij de eerste druppels uit het testbuisje verschoot het plastic metertje al van kleur en snel trok het roze vlekje op naar.... de C. Daar bleef ie hangen en al gauw was er een duidelijke streep te zien. Shit. De infectiestreep, dus. OMG. Ik schrok me rot en beelden van onstoken longen, zuurstofslangen,  oncomfortabele ziekenhuisbedden en verplegers in gele beschermingspakken trokken weer aan me voorbij. Been there, done that. En liever niet nog een keer. Verdikkeme! Hoe kan dit nou? Ik heb 2x mijn antistoffen laten testen en die waren meer dan gemiddeld! En we zijn nog steeds zo voorzichtig... hoezo zou ik dan weer c krijgen?! Mijn herstelpas was nog niet eens verlopen 🙄.
Even later kwam Remko licht hoestend de woonkamer in en we besloten dat hij ook maar een test moest doen. Zelfde verhaal, het venstertje sloeg snel roze uit en een dikke streep verscheen bij de C. Sjeesus, ook besmet dus! 😳 We waren in shock en konden het maar niet geloven. Die dubbele vaccinatie, hoe zat dat dan?! De uren erna bestonden uit het maken van testafspraken bij de GGD, het cancelen van onze plannen en het proberen uit te vogelen waar we geweest waren, hoe we in vredesnaam die besmetting hadden opgelopen en wie van ons de 'doorgever' moet zijn geweest... een paar uur later stonden we op de Hardwareweg bij de testlocatie. Weer die wattenstaaf, nu in neus en keel en daarna begon het lange wachten. Maar eigenlijk wisten we het al, want die zelftest gaf toch wel vrij duidelijk een C aan. 
Hoestend, niezend en hot- coldrexend ging ik de avond en nacht in. En toen waren daar zondagochtend de mailtjes van de GGD. Remko maakte me wakker met de woorden "ik heb de uitslag, mijn test was negatief!" Ik was stomverbaasd en klaar wakker. Gelijk ook kijken natuurlijk en verdomd: óók negatief! Huh?! Geen besmetting?? We vielen bijna uit bed van blijdschap en verbazing. 'Wat een slechte zelftests en dat van de overheid! Het zou niet moeten kunnen!! Hoe kan dit nou?! Of zou de GGD een foutje hebben gemaakt?' Nadat we iedereen buiten ons de schuld hadden gegeven, flitste het ineens door me heen: hebben wij het zélf misschien niet goed gedaan, die sneltest? Ik viste de gehele gebruiksaanwijzing weer uit de vuilnisbak, schudde de etensresten eraf en las toen: 'C = Controle, T = Test. Een streepje bij alleen C = negatief, C en T samen  = positief. Alleen T = ongeldig.' Ik heb het 6 keer gelezen. En het stond er echt. C is negatief. Geen coronadus. Man man man...
Had ik nou maar even die gebruiksaanwijzing vooraf goed doorgelezen, dat had ons een hoop kopzorgen bespaard. (Overigens was het met die klachten van mij het sowieso belangrijk om te laten testen.) 
Enfin, het is dus een verkoudheid. Gewoon  ouderwets! Nog nooit ben ik zó blij geweest met een verkoudheid... 🙂
Toch denk ik dat ik nog wel even het ministerie van VWS een briefje ga schrijven, met het verzoek om die testjes wat gebruiksvriendelijker te maken. Zet er gewoon 'ja' en 'nee' op of 'wel' / 'niet'. Whatever, dat het maar duidelijker wordt.
Well, ik hoop dat jullie weekend leuker was. En nu maar weer ff stomen, om van die snotneus af te komen. 😅🤧

dinsdag 31 december 2019

2020 visioen

Hee, raddraaier, rotjochie,
pestkop en straatschoffie,
uitschelder, kopschopper,
doodschieter, bomdropper,

aanrander, stalker,
wittemurenvolkalker,
hulpverlenerbasher
en bushokjestrasher,

geweldpleger, oplichter,
kwakzalver, brandstichter,
bermtroeper, wildpoeper,
hoogvandetorenroeper,

galgenbrok, zwendelaar,
moordenaar, smokkelaar,
misbruiker, grofbekker,
valsspeler, flestrekker,

inbreker, uitbuiter,
schobbejak, opsluiter,
smiecht, gapper, schurk,
overtreder en plurk,

andermansspullensloper,
belasting- en strafontloper,
bedrieger, bumperklever,
alleenmaarnemennooitietsgever,

haatverspreider, bonusgraaier,
metallewindenmeewaaier,
veeltehardrijder, graffitispuiter,
en elke andere foute snuiter...,

ik wens jou voor het nieuwe jaar een nieuwe kijk op de wereld, een fijne en veilige omgeving waarin je jezelf kunt (her)vinden en ontplooien, een relatie waarin je kunt liefhebben en waarin er onvoorwaardelijk van je gehouden wordt. Ik wens je een oud omaatje dat blij wordt van jouw wekelijks bezoek en een kind dat naar je lacht, als je samen een zandkasteel bouwt.
Ja, ik wens je een prachtig jaar toe, met veel liefde, geluk, succes en gezondheid. En misschien kunnen we afspreken dat jij dan, gewoon eens bij wijze van probeersel, alle andere mensen en dieren in de wereld waarin wij samen leven, niet meer mentaal of fysiek pijn doet en dat je aan niets en niemand bewust schade toebrengt. Dan wordt het voor iedereen een prachtig jaar! Dat zou toch geweldig zijn?!
Dank je wel en zet 'm op!
Cheers! 👍

zondag 30 oktober 2016

Nynke's Preek van de Leek, 30 oktober 2016

"De pracht en kracht van het woord'


Gedicht: Dichter bij elkaar

“Ik dicht bij jou,
en jij bij mij
en samen,
samen dichten wij

de loze leegten,
gapende gaten,

lacunes, leemtes
en hiaten
in elke taal
die ons vervoert

naar prikkelender zinnen

en mooiere (w)oorden

om verbaal te beminnen

van river deep
tot mountain high

ben ik dichter bij jou,
en jij bij mij.”



muziek: ‘Tot je mijn liefde voelt’, gezongen door Nynke en begeleid door Peter Smit (gitaar) en Jeroen de Valk (contrabas)

Allemaal van harte welkom. Ik vind het heel bijzonder om hier te staan vandaag, op deze plek. Toen mij gevraagd werd of ik deze eerste Preek van de Leek van dit vijfde seizoen wilde gaan doen, moest ik wel even diep nadenken. Zou dit wel iets voor mij zijn? Ik word wel es gevraagd voor een presentatieklusje, maar dat soort dingen hou ik eigenlijk altijd af. Ik vind mijzelf niet zo’n prater of preker of spreker. Maar op de een of andere manier werd ik toch enthousiast voor het concept van Preek van de Leek. En stiekem was ik ook wel een beetje nieuwsgierig: hoe zou het zijn om een keer op dit podium te staan? Ik heb inmiddels vele podia beklommen, als zangeres en als dichter, maar nog nooit in zo’n grote, indrukwekkende en voor mij wel enigszins beladen ruimte.

Begin vorig jaar werd ik gekozen tot stadsdichter van Amersfoort. Dit is een functie die ik tot op heden met heel veel plezier bekleed. Ik schrijf en dicht al vanaf het moment dat ik een pen kon vasthouden. Aan schrijven beleef ik bijna mijn hele leven dus (en dat is inmiddels ruim 46 jaar) al heel veel genoegen. Naast mijn stadsdichterschap ben ik communicatieadviseur en tekstschrijver, en ook daar kan ik veel creativiteit en energie in kwijt. Communicatie, spelen met taal: het is mijn vak en mijn hobby. En daar mag ik iedere dag mee bezig zijn, betaald en onbetaald. In beide zit in ieder geval het woord taal, gelukkig. Ik word blij van mooie woorden, mooie zinnen, mooie teksten; het geschreven en gesproken woord. En dat woord, als onderdeel van onze taal, kan prachtig en krachtig zijn, in positieve en negatieve zin. 
Driek van Wissen, ooit dichter des Vaderlands zei regelmatig: Taal is het voertuig van de geest, maar onze taal is wel een krakende wagen geworden. Hij doelde daarmee met name op het gebrek aan kennis van de spelling. Maar ik zeg: de wagen kraakt tegenwoordig niet alleen door een gebrekkige spelling, maar vooral ook door gebrek aan respect en fatsoen en stijl. Ik doel niet zozeer op de schrijfstijl, maar op de inhoudelijke kant van het geschreven en gesproken woord. En daar wil ik het vanmiddag over hebben. De pracht en kracht van het woord, in de breedste zin ‘van het woord’.

Het gebruik van woorden, kreten, communicatie: het is zo oud als de mensheid zelf. Want de mens heeft, een enkele uitzondering daar gelaten, nu eenmaal interactie met andere mensen nodig om te kunnen overleven, om te kunnen voortbestaan. Ik weet natuurlijk niet precies hoe het er 400 of 4.000 of 400.000 jaar geleden qua communicatie tussen mensen aan toe ging, want ik was er niet bij. Er is maar beperkt informatie over. Een paar honderd jaar geleden was de mens in ieder geval nog vooral bezig met wat er in zijn directe leefomgeving gebeurde. Er werd weinig gereisd en de communicatie bestond vooral uit mondelinge uitwisseling van praktische termen. Er werd nog maar zeer beperkt gebruik gemaakt van papier als informatiedrager. Sterker nog: in de vroege middeleeuwen konden over het algemeen alleen de monniken lezen en schrijven. Je had dan dus ook niet zoveel aan een boek of schrift. Het volk liet zich voorlezen. Pas in de loop van de 17e en 18e eeuw leerden ook 'gewone' mensen lezen en schrijven. En werd hun horizon iets breder. 


En nu, nu is het grootste deel van de wereld gealfabetiseerd en niet alleen dat: we zijn dag en nacht elkaar met informatie aan het bestoken via het wereldwijde web dat is geweven tussen ingenieuze satellieten. We zijn hierdoor allemaal met elkaar verbonden via een druk op de knop of muisklik en kunnen over alles met bijna iedereen communiceren. We reizen heel wat af en leren andere culturen en talen kennen. En als we elkaar niet verstaan, schakelen we een vertaalappje of robot in en we weten waar het over gaat. We staan meer met elkaar in contact dan ooit tevoren.

En toch heb ik het idee dat we verder van elkaar verwijderd raken.
We raken beetje bij beetje verder van elkaar verwijderd. De fysieke afstand kan overbrugd worden door slimme communicatietools, we zien elkaar, horen elkaar, lezen elkaar, mailen en appen elkaar, posten en liken er op los bij onze 500 of meer facebookvrienden en op allerlei blogs en nieuwspagina’s, maar ik heb de indruk dat we ondanks alle mooie middelen niet per se ‘dichter bij elkaar’ komen. Regelmatig verworden op social media en op televisie gewone uitwisselingen van woorden tot heuse woordenwisselingen en erger, tot scheldpartijen. Over de komst van vluchtelingen, over zwarte Piet, over de politiek, over andersdenkenden. Kijk alleen al naar de verkiezingen in Amerika: het is werkelijk tenenkrommend wat daar door de presidentskandidaten en hun aanhangers allemaal de wereld wordt ingeslingerd. De onverdraagzaamheid tussen mensen loopt op, de polarisatie neemt toe en het respect neemt af.

Steeds meer mensen leiden dubbellevens: een echt leven, waarin ze zich door de dagelijkse uitdagingen heen worstelen en in stilte eenzaam lijden én een leven op Facebook of Instagram, waar ze honderden ‘vrienden’ hebben met wie ze oppervlakkige teksten en plaatjes uitwisselen waar vanaf druipt: ‘kijk eens hoe leuk mijn leven is!’ En dat allemaal om maar het gevoel te hebben dat ze er toe doen.
En velen leiden een tweede leven op social media, waarin ze onder een schuilnaam de meest verschrikkelijke reacties plaatsen op nieuwsberichten, die aanzetten tot haat, tot pesten, tot discriminatie en tot racisme. Ondertussen tikt de klok door en wordt de mensheid ouder dankzij de medische wetenschap, maar we worden niet per se wijzer... We communiceren ons drie slagen in de rondte, maar ik vraag mij steeds vaker af: Hoe verbonden en betrokken zijn we eigenlijk écht? Draaien we rond in een vicieuze cirkel? Zitten we in een neerwaartse spiraal? Er is geen pilletje tegen eenzaamheid. En die eenzaamheid ligt op de loer, als we niet oppassen…

Muziek: Cirkels (Windmills of your mind), gezongen door Nynke en begeleid door Peter Smit (gitaar) en Jeroen de Valk.
Maar gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Er zijn er ook genoeg mensen die de wereld mooier maken met hun woorden en daden, die over hun irritaties en frustraties heen kunnen stappen en spreken en schrijven met respect voor anderen. Die complimenten maken, fouten vergeven, en helende, troostende woorden bieden aan diegenen die ze nodig hebben. Geluk en plezier kan in kleine dingen gevonden worden en een ander met wat begrip en fatsoen tegemoet treden draagt daar naar mijn idee enorm aan bij. Je hebt er vaak niet eens veel woorden voor nodig. Maar je moet de ander wel wíllen zien en begrijpen. Om met Johan Cruijf te spreken: je gaat het pas zien, als je het doorhebt.

Ach, het leven duurt maar even, wat zou het geweldig zijn als we er allemaal van kunnen genieten, elkaar een beetje meer verbaal en non-verbaal sparen en samen een dansje maken, een mooi gedicht of muziekstuk maken of een krachtig, positief statement. Of dat allemaal tegelijk. En misschien moeten we wat meer schwung toevoegen. Wat meer licht en luchtigheid, gezelligheid en vrolijkheid in het leven, in ons gedrag en in onze communicatie. Want u weet toch: it don’t mean a thing, if it aint got that swing.

Muziek: instrumentaal door Jeroen en Peter: ‘it don’t mean a thing’

Ik wil graag een fragment uit Johannes 1 aan u voorlezen:
“In het begin was er het woord. In het woord was het leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. Het woord was in de wereld. De wereld is door dat woord ontstaan.”

Nu kun je dit woord heel religieus opvatten, het verwijst oorspronkelijk naar het scheppingslied uit Genesis 1. Daarin ontstaan de wereld en de kosmos door de kracht van het eerste woord (of eigenlijk is het een zin: er moet licht komen!) Maar net zoals de meeste teksten voor meerdere interpretaties vatbaar zijn, is dit ook anders te ‘vertalen’.
Voor mij is een woord, het woord, niet meer en niet minder dan de drager van communicatie binnen een taal, of tussen verschillende talen. Het woord is verbaal geschreven of gesproken gereedschap, waarmee we prachtige en krachtige dingen kunnen bewerkstelligen. Of scheppen, zo u wilt, en waarmee we het licht kunnen laten schijnen in de duisternis. Door een woord kan een wereld ontstaan. En welke invulling ú daar aan geeft, dat is aan u.

De bijbel is voor mij als atheïst en humanist geen leidraad om naar te leven, maar ik zie het wel als een mooie verzameling verhalen, die inspirerend kunnen zijn in de kunst, in de muziek en in het dagelijks leven. Veel van ons huidige tradities, gewoontes en spreekwoorden en gezegden vinden hun oorsprong in de bijbel en andere oude al dan niet religieuze geschriften. De kracht van het woord is hierin voor de lezer of toehoorder heel belangrijk: wat staat er geschreven, wat wordt er gezegd, wat wordt ermee bedoeld, is er een achterliggende boodschap? En herken ik mij in wat ik hoor of lees, moet of wil ik er zelf iets mee of leg ik het naast me neer?

Woorden kunnen prachtig zijn, én krachtig. Of allebei. Zoals ik als zei: die kracht kan positief zijn of negatief. Veroordelend, kwetsend, denigrerend…. Maar ook troostend, ontroerend, grappig of leerzaam. Woorden kunnen zoveel lading krijgen, ook los van de feitelijke betekenis. Sommige woorden maken blijvende indruk, we onthouden ze voor altijd: de eerste woordjes van een kind, de laatste woorden van een stervende. De woorden bij een afscheid, de woorden van onze geliefde, een spontaan en welgemeend compliment, een songtekst die maar in ons hoofd blijft hangen… Ik zal u de hele lijst met mogelijkheden besparen. Maar we hebben er allemaal genoeg voorbeelden van.

Vroeger was ik heel verlegen. Op de lagere school schrééf ik meer dan dat ik sprak. Tientallen schriften en dagboeken vol. Zomaar een praatje maken met onbekende kinderen vond ik heel spannend en volwassenen aanspreken durfde ik al helemaal niet. Laat staan dat ik op een podium durfde. Maar gek genoeg deed ik het toch. Ik begrijp nu nóg niet wat me bezielde om als 8-jarige een zelfgemaakt gedicht over een egel zingend voor te dragen voor de hele school. Misschien kwam het doordat ik verstopt zat in een egelpak, dat door mijn moeder was gemaakt van lichtbruin isolatieschuim met een paar honderd satéprikkers erin. Ik was een mooi uitgedoste egel en de voordracht ging geloof ik wel goed. Maar het duurde wel 7 jaar, voor ik weer een podium opging. Ik moest, want ik was een van de winnaars van de dichtwedstrijd DichterbijDichter en mocht als 15-jarige mijn gedicht voordragen voor 800 man publiek in de schouwburg in Leeuwarden. Het was tevens mijn eerste kennismaking met drs. P met wie ik samen op het podium stond. Die man maakte gelijk een enorme indruk op mij. Ik wist nog maar nauwelijks wat metrum, rijmschema's en light verse betekenden, maar ik voelde toen al wel dat ik me daarin wilde verdiepen en bekwamen. En dat heb ik gedaan in de jaren die volgden.

Ik ging Nederlands en communicatie studeren aan de universiteit van Groningen, en ik werd communicatieadviseur en tekstschrijver. Allerlei soorten teksten heb ik geschreven, duizenden. Van sinterklaasgedichten in opdracht tot complete jaarverslagen van bedrijven en alles er tussenin: persberichten, folders, brochures, nota’s, beleidsplannen, advertenties, boekjes, handleidingen, mailings, nieuwsbrieven, webteksten, dictees, columns en natuurlijk gedichten, ik schreef heel veel gedichten. Alleen al in de afgelopen anderhalf jaar als stadsdichter meer dan honderd. 

Ik vind het heel leuk om te doen zoals ik al zei, het schrijven van de gedichten, maar ook het voordragen ervan. Al duurt dat meestal maar een paar minuten; ik zie en hoor hoe mensen erop reageren en wat het met ze doet. Ik ben ervan overtuigd dat je met geschreven en gesproken taal, ook zonder de non-verbale communicatie erbij (dus zonder een gezichtsuitdrukking of gebaren) heel krachtig een boodschap kunt overbrengen. En daarbij geldt altijd wat mij betreft, zowel in het geschreven als gesproken woord: C’est le ton, qui fait la musique. Het is de toon, die de muziek maakt. Maar die toon kan wel door verschillende mensen verschillend waargenomen of geïnterpreteerd worden. Een simpel woord kan verschillende betekenissen hebben, of krijgen. Ik denk alleen al aan een woord als ja. Afhankelijk van de wijze waarop het wordt uitgesproken of geschreven betekent het verschillende dingen: Ja? Ja! Jaja. En dat zijn dan nog maar 3 versies, er zijn er veel meer.
Als dichter en schrijver is het geweldig om daarmee te spelen. Dan mag je de verbeelding wel een beetje aan het werk te zetten. Dan is het leuk om een woord meerdere betekenissen mee te geven. Of nieuwe woorden te verzinnen. Of woordcombinaties te maken die ongebruikelijk zijn. En dan heb ik het nog niet eens gehad over rijm en metrum… Ik hou ervan en zou er urenlang over kunnen praten (maar dat ga ik hier nu niet doen).

Dichterlijke vrijheid is prachtig. En een gedicht mag prikkelen, mag aanzetten tot denken. Zelf wil ik nooit bewust mensen beledigen of kwetsen met mijn teksten en gedichten. Misschien maakt mij dat een wat ‘bravere’ dichter. Maar verbaal geweld of agressie voegt wat mij betreft weinig toe. 
Het shockeert misschien en schudt de boel even op, maar het kan zich ook tegen je keren. Het zál zich tegen je keren. Woorden hebben de eigenschap terug te kaatsen. ‘Je weet: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, zei mijn moeder altijd.
Dat geldt ook voor het internet in onze huidige tijd: via blogs, columns en social media kan heel kort en krachtig een statement worden gemaakt. En omdat je er vaak geen context bij krijgt, kan de fantasie met mensen aan de haal gaan. Dat kan prachtig zijn, maar de eigen interpretatie kan ook heel verkeerd uitpakken. Dat heb ik een paar keer aan den lijve ondervonden! Een misverstand is snel geboren, als jouw boodschap anders wordt opgevat dan je bedoelde.

Zo schreef ik een tijdje geleden eens een gedicht over tradities en de vergankelijkheid daarvan, en ik gebruikte een oude spijkerbroek als metafoor. Nu waren er mensen die dachten het gedicht gewoon over een spijkerbroek ging. Terwijl ik juist probeerde een veel groter, maatschappelijker thema aan te snijden. En zo had ik ook tijdens de Olympische Spelen eens iets gezegd over het feit dat Daphne Schippers na haar zilveren medaille-race (die volgens haar goud had moeten worden) haar schoenen over de baan smeet. Ik schreef dat ik dat een beetje vreemd gedrag vond. En vervolgens kreeg ik van alles over me heen. Hoe dúrfde ik iets te zeggen van onze Daphne! En dat is nog niet zo erg, maar dat ging gepaard met nogal wat verbaal gefoeter, waar ik best wel van schrok.

En dit zijn dan nog vrij onschuldige voorbeelden. Maar op internet zie je veel mensen die iets willen aankaarten, als reactie op het nieuws in ons land of in de wereld. En vervolgens krijgen ze een eindeloze stroom aan ‘tegenreacties’, die vaak niet zo netjes geformuleerd zijn. Het gaat niet meer over het gedrag of over de inhoud, maar over de persoon. De ‘tegenreageerders’ gebruiken (of liever gezegd: misbruiken) hun vrijheid van meningsuiting om vanuit hun luie stoel vanachter hun computer of telefoonschermpje anderen uit te schelden, zwart te maken of te kwetsen. De taal als krakende wagen, die overal tegenaan botst. En het lijkt wel of hele volksstammen zich ineens geroepen voelen om, vaak niet gehinderd door enige kennis, óveral iets van te vinden. De primaire, ondoordachte reacties vliegen je om de oren op het wereldwijde web.
Zouden die schreeuwers dat ook doen als ze recht tegenover de persoon stonden, tegen wie ze zo kwetsend zijn? Waar is de tijd gebleven, dat het gezegde ‘bezint eer gij begint’ niet alleen een tegeltje aan de wand in de keuken was, maar men er ook naar handelde?

Gedicht: ‘Van die dingen’

“Vroeger stond je bij de bakker 

en dan hoorde je wel eens wat,
als Truus of Piet of 'n and're knakker 

iets 'van horen zeggen' had.
Ook op de verjaarspartijtjes, 

naast de kaas, de worst en chips
kreeg je vaak de gekste feitjes, 

roddels, nieuwtjes, trucs en tips.

Al wat je te horen kreeg: 
je dacht erover na voor even,
lachte heimelijk of je zweeg 

en ging weer verder met je leven.
En vond je ergens eens iets van, 

nou, dan vertelde je dat alleen
als je gevraagd werd op de man 

in het gezelschap om je heen.

Maar tegenwoordig, potverdikke, 
schreeuwt men alles van de daken
overal klinkt het 'ikke ikke, hoor mij, 

laat míjn geroep je raken!'
Dat geblaat in 't openbaar, 

geblèr, gefoeter en gescheld:
het drijft ons verder uit elkaar, 

zaait louter haat en oogst geweld.

In meningsuiting zijn we vrij, 
maar wat fatsoen zou prettig zijn.
Zo moeilijk is dat niet, lijkt mij, 

probeer het maar: het doet geen pijn.
Wat gij niet wilt dat u geschiedt 

op straat, op internet of privé,
please, doe dat ook een ander niet; 

hou in, hou van en wees tevree.”

Muziek: ‘Ontluistering’ (compositie: Jeroen de Valk, gedicht en zang: Nynke Geertsma, gitaar: Peter Smit)

Ontluistering
woorden, zinnen uit jouw mond
op weg naar mijn 'luisterend' oor
je praat, gebaart maar wat je zegt
dringt niet echt tot mij door

ik hoor wat ik wil, ik wil wat ik hoor
en plotseling is het stil
jouw blik kruist de mijne en woorden verdwijnen
tussen de regels door ik wil

verwoorden, verzinnen,
maar waar te beginnen
is dit onbezonnen of ongehoord?

ik zoek een weg naar binnen
naar jouw mond vol zinnen
zonder ook maar één gesproken woord


Het is mij een eer dat ik vandaag mag spreken en preken over de pracht en kracht van het woord, en wat dat voor mij betekent. Er is nog zoveel over te zeggen en er zijn zoveel dingen die ik niet heb genoemd, maar die daarom niet minder belangrijk zijn. Schrijven is schrappen, maar ook: wie schrijft, die blijft. En wie leest, prikkelt de geest.

Gedicht: Uitgelezen

Als in een kabbelende rivier
stromen de woorden naar me toe.
Ik duik erin, zwem met ze mee
en waar we heen gaan, geen idee.

Zo dobberend in 't avondgloren
tussen zinnen, metaforen,
tussen regels over liefde
en het aardse wel en wee,

drijven langzaam mijn gedachten
af naar mysterieuze oorden
waar de stroom van schone woorden
geruisloos uitmondt in de zee.

Op een eiland vol verwondering
dool ik rond de hele nacht
waar tussen spaties, komma's, punten
de ontknoping op mij wacht.

Maar hoe het eind ook klinkt of klopt
en hoe volmaakt het ook zal wezen:
een nieuw begin duikt steeds weer op,
zodat ik nooit ben uitgelezen.

----------
Hartelijk dank voor uw aandacht. Ik wens u veel mooie woorden, krachtige communicatie en passende stilte en bezinning als de situatie er om vraagt.
  

dinsdag 10 maart 2015

Bon ton

De staat op stelten en
Opstelten op straat.
Weer gaat het om geld en
de zoveelste daad

van "miscommunicatie"
en wel of niet doorgeven
van "de juiste informatie".
Ach, het is toch om T eeven;

in 't bezoedeld blauw blazoen
komt de spijt steeds te laat.
Hoe moeilijk is 't gewoon te doen
waarvoor je opgesteld, staat?!

***

#Opstelten #Teeven #bonnetjes #deal

woensdag 23 juli 2014

Nationale rouw

zo onwerkelijk
zo oneerlijk
aangeslagen
pijn alom

harde feiten
wrede waarheid
ingeslagen
als een bom

het land geraakt
wil samen dragen
de stilte geland
de troost nog niet

ongelooflijk
onbeschrijfelijk
onvoorstelbaar
dit verdriet

donderdag 12 juni 2014

Happy birthday Amersfoort!

Amersfoort is jarig,
hiep hiep hoera!
755 jaar
in de gloria!

Schreeuw het van de daken,
drink Amersfoorts bier!
Laat 't je smaken en raken
bij d'Eem of d'andere rivier!

Laat het stadshart je verwarmen
met zijn poorten, singels, bomen,
die het oude fier omarmen
en het nieuwe verwelkomen!

Trek een rood-wit shirtje aan,
maak een tocht met de Waterlijn!
Bezoek het huis van Mondriaan,
pak een terrasje op ieder plein!

Kijk naar Joris en de draak en
naar de vogels rond de toren!
Laat de A'kroket je keigoed smaken,
proef de stad als nooit tevoren!

Amersfoort is jarig,
de stad is versierd,
755 jaar:
dat moet gevierd! 

dinsdag 31 december 2013

Gelukkig

Als
de laatste seconden
gekraakt door het uurwerk
de eerste gewonden
geraakt door het vuurwerk
elk woord, elke daad
goedgepraat en volbracht
ontspoort en ontlaadt
in een knallende nacht
de voornemens verkondigd
de glazen halfvol
nog één keer gezondigd
nog één oliebol

dan
nou, dán is het écht klaar
en gelukkig, (een) nieuw jaar!

zaterdag 3 augustus 2013

Wad'n schaap

Het moet niet gekker:
ik hoorde gemekker,
dacht: 'is die ooi wel lekker,
daar aan de rand van de zee?'

't Schaap, door groener gras verleid,
aan hek en wildrooster schijt
ging klimmend als een geit
over 't basalt naar benee!

In haar kielzog een lam
en toen wist ik weer hoe 't kwam:
'als er één schaap over de dam...'
En ja hoor, de rest volgde gedwee!

vrijdag 5 juli 2013

Heet van de naald...

Vaccineren,
fascinerend
al dat wikken
en wegen:
vóór het prikken,
of tegen

uit geloof in een god
of farmaceutisch complot,
in ‘middel erger dan de kwaal’
of ander ‘steekhoudend’ verhaal,
dat over gevolgen bazelt,
niet gepokt, noch gemazeld.

Maar wel inenten in het geniep
tegen pokkenziektes als de griep,
tegen mazelen en hepatitis,
pneumokokken en meningitis,
de bof, rode hond en dktp;
kijkt god niet mee bij de ggd?

Het geloof dicteert
en de angst regeert.
Ach, het kan verkeren,
en noem mij gerust arrogant,
maar ik zeg: iedereen verplícht injecteren
met een flinke dosis gezond verstand.

zondag 12 mei 2013

Proefkonijn

Geartisjokte eendenborst,
knofgelookte parelhoen,
heetgebakerde kwartelworst,
spruitefruitjes met limoen.

Linksdraaiende ossenstaart
zwoel gepaard met runderthee,
spies van spek en spitskooltaart,
gebrouilleerde crème brûlée.

Zacht behaarde aubergine
met mosterdmayo en sjalot,
buffeltruffel, langoustine
in palingnese krabcompôte.

Geiten-, schapen-, paprikaas
in souvlaki gesouffleerd,
op 'n bedje gespreid van ossenhaas,
door teriyaki geflankeerd.

Kaasplankenkoorts avec champagne,
wakoe wagyu van de grill,
tiramisu alla Mercuragne,
woeste oester, kalverbil!

Tot slot rouleau du procureur!
(die naam is best een beetje gek,
maar ja, 't heeft wat meer grandeur
dan "opgerold stuk varkensnek"...)

Hoe dan ook, 't was lekker chillen
op het hoffelijkste smaakfestijn!
Nu zelf m'n appeltjes weer schillen
en volgend jaar weer ProefkoNijn!

zondag 28 april 2013

Meet & Tweet

Er is een vogelvergadering
op mijn balkon:
een tsjilpoverleg
bij de regenton.

Tien schorre kraaien,
een mees met een kuif,
gevleugelde woorden
door voorzitter duif,

een merel wil 'r ei kwijt
maar komt er niet tussen;
ze wordt overstemd
door betweterige mussen.

Druk wordt er gekwetterd
gepiept en gefloten;
een volle agenda,
maar wat wordt er besloten?

'k weet in elk geval zeker:
de vogel is de enige soort
die met twitteren in 'n vergadering
punten scoort.

vrijdag 1 februari 2013

Gedichtendag

Gedichtendag;
word ik nu geacht
dat ik mijn gedachten dicht?
Aandachtig open ik mijn blik
en... dicht!
Voldaan weer aan mijn plicht.

zaterdag 19 januari 2013

...(n)iets...

Iets met geschoten
en met mis
Iets met een net
en met een vis
Iets met een wil
en met een weg
Iets met jammer
en met pech
Iets met timing
en met fout
Iets met cool
en met te koud
Iets met wedden
en met peerd
Iets met gokken
en verkeerd
Iets met traag
en blijven hangen
Iets met vraag
en met verlangen
naar een onbekend iets
dat blijft steken
in het niets...

Lance' lot

De stijgende suspense rond Lance
bracht zijn koers 'n dalende tendens:
de fiere fietser moest bekennen
dat 'ie eigelijk niet wiel kon rennen,
geen ronde
zonder
zonde.

Niets liep er meer naar wens bij Lance.
Och, arme dopegezinde mens!
Van heldenepos naar epo-hel:
bergafwaarts ging nog nooit zo snel.
Hij trapte,
trapte....
betrapt!

Over elke streep en grens ging Lance,
de deceptie was immens bij fans.
Het podium werd zijn schavot:
forever finished, dat is Lance' lot.
Bye
bye
bicycle.

dinsdag 11 september 2012

Creatief met tomaat?

Met het hoofdkantoor hier om de hoek (Snouckaertlaan) en de 'ro(e)mantische' gedachte dat Emile nu zijn grande campagne-finale aan het voorbereiden is op exact dezelfde plek waar ik jarenlang campagnes voor de Rabobank voorbereidde, was na het roodgroenlinksrechtshutsklutspotje van gisteravond mijn trek toch weer een beetje aangewakkerd. Onder het motto 'verandering van spijs doet eten' ging ik dan ook verwachtingsvol op zoek naar het receptenboek van de SP, om te kijken wat je zoal met een tomaat kunt doen. Maar mijn SmaakPapillen kwamen wederom niet aan hun trekken, in tegendeel. Op www.sp.nl/standpunten kreeg ik ongezouten voor mijn kiezen (en alle andere hongerige kiezers ook vermoed ik?): "Er is een fout opgetreden, dit is meestal een tijdelijk probleem. Probeer het later nog eens." Punt. 

Wat??! Aah nee hè! Emile, hedde gij nou wéér geprobeerd (an die knupkes) te draaien? Nog zó gezegd: doe 't nie, as ge der geen verstand van hebt. En neee, zo werkt 't toch niet in de politiek Emile; ge kan toch nie alles zomaar efkes als 'fout' betitelen of als 'een tijdelijk probleem' afdoen? En hoezo 'probeer 't later nog eens'?! Later is te laat, Emile. Ge kan de dingen niet blijven vooruitschuiven, hè. 'Nou is zie taim toe cook ánd eat'. Da widde gij toch ook, of nie Emile! Emile...?
Ach, laat ook maar. Ik hou eigenlijk ook helemaal niet zo van tomaten. Ik wil écht groenvoer. En iets met een stevige bite. Want één ding is zeker, ik wil niet weer met honger naar bed! 

zondag 8 april 2012

Paasode aan de Amersfoortse Kei

Een (k)ei hoort erbij

Oh kei, oh kei
hoeksteen van onze maatschappij,
op de hoek sta jij
er vaak wat eenzaam bij.

Voel je je eigenlijk wel lekker
sinds die keientrekker
je met veel drukte en vertoon
losrukte uit je comfort zone?

Mij boeit het niet bijster
of nu Everard Meyster
of iemand anders met jou
z'n krachten wil meten.

Maar ík wil ervoor waken
dat ze kiezels van je maken
en dat ze je óóit
nog zullen vergeten!

En velen met mij,
want oh kei, kijk eens aan!
met Pasen gestrikt en
een mooi jasje aan.

Jij kei van een steen,
je bent niet alleen
de steen op de hoek
van onze maatschappij

Jij stoere rots,
onze Amersfoortse trots;
als kei en als ei
hoor je er voor altijd bij!

(Ter info: het aankleden van de Kei is een initiatief van Triple-Art uit Amersfoort)

maandag 19 december 2011

Accessoire...

Ik heb een nieuwe ring gekocht,
een superexclusieve;
zo een die ik al héél lang zocht
met zilveren bloemmotieven.

Ik kocht er ook een ketting bij,
ik vond dat dat wel moest;
want met z'n tweeën geven zij 
mijn outfit nét die boost.

En terwijl ik zo aan 't shoppen was,
toen werd ik mij bewust:
ik ben ook toe aan een nieuwe tas;
ja, het is gewoon een must!

En na die tas was de stap niet groot
naar een zonnebril, hoed en sjaal;
steeds mooier in en om mijn hoofd
steeds groter mijn arsenaal.

Bij thuiskomst stalde ik ze uit:
al mijn nieuwe accessoires, 
een indrukwekkend grote buit,
mijn hele maandsalaris!

Ach... jassen, tassen, sjalen, kralen
maak mij uiterlijk maar mooi en blij
maar wat mij écht compleet maakt en van bínnenuit laat stralen
mijn dierbaarste 'access-ware'... dat ben jij!


vrijdag 4 november 2011

Ode aan een lekker ding

M'n hele leven ken ik jou
maar we zien elkaar niet meer zo vaak.
Niet dat ik niet meer van je hou
want je bent en blijft precies mijn smaak

Ik mis ons heimlijk rendez-vous'tje
bij de benzinepomp of in de stad
en bij MacD, met ijs als toetje;
wat hebben wij het fijn gehad!

En soms, soms moest ik even slikken,
als je mij met pikante delen confronteerde;
maar nooit heb jij me laten stikken
(behalve als ik in de USA verkeerde...)

Ja, ik heb je best wel vaak gemist
en wat zou ik nu graag mijn tanden in je zetten,
maar ik neem wat afstand, want mijn diëtist
zegt dat jij vol zit met verzadigde vetten…

Dus heb ik noodgedwongen mijn contact met jou
voor een tijdje in de ijskast gezet;
maar wéét, dat ik nog steeds van je hou
want je bent en blijft een lekker ding..... kroket!

Gedicht naar aanleiding van het bericht (AD, 4/11/11) dat de grootste krokettenproducenten Royaan (Van Dobben en Kwekkeboom) en Van Geloven (Mora) gaan fuseren en hun peilen nu ook op het buitenland gaan richten...

donderdag 3 november 2011

Oud en Nieuw

Lopend in de avonduren 
op de drempel van de nacht,
langs schaduwen op hoge muren,
Langestraat en Kortegracht,

dromend over avonturen
die hier hebben plaatsgehad;
ach, kon ik maar heel even gluren
in 't verleden van mijn stad.

Gewoon een keertje zélf ervaren
hoe het vroeger allemaal ging.
In een bootje op de Eem te varen
door een lang vervlogen herinnering,

waarin Piet mij leerde schilderen op doek
en Griet met me over de grachten schaatste,
ik met Jacob mocht dineren in Randenbroek
en met Everard een kei verplaatste.

Ach, avonturen van weleer,
even dacht ik, dat ik júllie schaduw zag;
maar het beeld vervaagt steeds meer,
op de drempel van weer een nieuwe dag…

----------------------------------------------------------
Gedicht voorgedragen tijdens het Scenecsfestival in Amersfoort op 3 november 2011, 
in het kader van 'Amersfoort over Amersfoort'.




zaterdag 7 mei 2011

Vandaag is rood

Het was alwéér een mooie lentedag, vrijdag 22 april; het leek zowaar of dit jaar april eens niet deed 'wat ie wil', maar gewoon het weer gaf dat wíj graag willen: warm en zonnig. En op deze -in meerdere opzichten- goede vrijdag begaf ik mij, uiteraard per spoor, naar Scheveningen. Dat wil zeggen: per trein reed ik tot aan Den Haag, waar ik zou worden opgepikt om in stijl verder te reizen. En dat kwam mooi uit, want in de trein zitten met dit weer is geen pretje, zo bleek al snel. Ik had namelijk precies díe coupé gekozen, die bij de eerste stop (Utrecht Centraal) volstroomde met krijsende kinderen, die zo te zien (en zo te ruiken) op schoolreis waren. De meester droeg een bagwan-rood shirt, van het merk "100% polyester". Hij ging net iets te dicht bij mij in de buurt zitten en vertelde zonder ook maar één woord te spreken een heel verhaal in geuren, namelijk dat hij beslist nog nóóit van deodorant had gehoord, het concept wasmachine hem volstrekt vreemd was en hij überhaupt géén idee had wat een douche is. Wat een sneu typ. Maar vooral sneu voor mij. Net toen ik bijna kokhalzend de coupé wilde verlaten, stond hij op en ging een eindje verderop twee kinderen, die elkaar bijna de hersens insloegen, een 'lesje' leren. "Goed zo, laat maar zien wat je aan pedagogische vaardigheden in huis hebt, roodjakje!", hoorde ik mezelf denken. De kinderen waren accuut stil, wat volgens mij meer te maken had met het feit dat ze accuut bedwelmd waren, dan met eventueel pedagoogelen. Maar het goede nieuws was: ik kon weer ademhalen. En een stukje lezen in mijn net op het station aangeschafte boek: 'Rood'. Het nieuwste werk van mijn favoriete bioloog, Midas Dekkers, een lofzang op meisjes met rode haren. Nou, áls mijn zelfvertrouwen (en dat van alle andere rossige dames) nog ergens een boost nodig had, dan draagt dit boek er zeker aan bij. Enfin, een twintigtal bladzijden later arriveerden we in Den Haag, waar ik overstapte naar de Smart van vriendin Nienke.
We zetten vrolijk koers naar Scheveningen en verheugden ons al op een lunch aan het strand, toen we er ineens achterkwamen dat we niet de enigen waren, die dat hadden bedacht... er stond  voor de parkeergarage bij de boulevard een lange file! En wij stonden daarin. Keren op de weg was geen optie, want naast de rijbaan was een hoge betonnen richel, die de gehele bodemplaat van de Smart waarschijnlijk vakkundig had vermorzeld. En wij wilden natuurlijk niet met een trapauto à la Flintstones verder. Dus zat er niks anders op dan ons te schikken in dit lot. Resultaat: in een kwartier nog geen 100 meter opgeschoven, c.q. opgeschoten. Maar ineens dook er een escape op: een zijstraat! Eventuele verkeersborden (iets ronds en roods met een witte balk erin?) lieten we letterlijk links liggen en als een volleerd coureur manoeuvreerde Nienke (de) smart over achtereenvolgens over fietspad, stoep (rakelings langs parkeermeters en een heg!) en enkele (gelukkig lege!) parkeerhavens. Daarna scheurden we tegen het verkeer in de straat door (geen tegenliggers of dwarsliggers of zwaailichten gezien) en wonder boven wonder kwamen we uit vlakbij een andere parkeergarage, waar we zo in konden. Soms zit het tegen, en nu zat het mee. En zo zaten we dan even later toch aan het strand, in het Carlton Beachpaviljoen, waar het voelde alsof het medio juli was. Het rosébier smaakte dan ook prima, evenals het eten. En het personeel was aardig en attent. Na de lunch besloten we nog even naar een naastgelegen strandtent te gaan, om daar koffie te drinken. Het zag er erg leuk uit, deze strandtent waarvan ik geen naam op de gevel kon ontdekken. Wel vijf grote 'Coca Cola Zero'-parasollen lachten ons vriendelijk tegemoet. Maar dit werd een typisch voorbeeld van 'buitenkant zegt niet alles'. Sterker nog: híer zou men als gemeente Den Haag nou zo'n rood verkeersbord voor moeten plaatsen. Of nog beter: rood-wit afzetlint! On-ge-loof-lijk, wat een tent! Op een gezinnetje na waren we de enige gasten op het terras, maar de bestelde koffie was er na een kwartier nog niet. Moest het apparaat nog worden gekocht of zo? Dus ging ik binnen maar eens even poolshoogte nemen. "Ja, de koffie en de cappuccino zijn onderweg", zo beloofde men enigszins geïrriteerd. O ja en "of ik nog iets bij de koffie wilde". Ik antwoordde: "ja, een zoetje graag en een beetje melk". En ja hoor, even later kwam een jongeman (type 'wannabe surfer')  met dienblad langs, serveerde een cappuccino, een koffie en .... een glas melk! Ik barstte in lachen uit. Maar hij keek verbaasd. "Had ik dan niet gezegd dat ik melk bij de koffie wilde?" Well, wat moet je daar dan nog van zeggen! Hilarisch! Een tijdje later kwam de ober eindelijk weer es langs en vroeg of we nog iets wilden drinken. Eh, ja. (Hoe raad je het zo!) Ik besloot op safe te gaan dit keer (dacht ik) en bestelde een Coca Cola Zero. En daar kwam deel twee van de slapstick: "We hebben geen Zero". Huh? "Wat staat er op die parasol dan?", vroeg ik met enig gevoel voor drama. Nu gierde ook het gezinnetje naast ons het uit van de lach. Maar omdat het zulk dorstig weer was, we het gezellig hadden en we geen zin hadden om weer te verkassen, namen we een alternatief drankje, dat ook weer met grote vertraging werd geserveerd. Een rode kaart voor deze tent, totaal ontspoord! 
Het was mooi geweest. En rond vijf uur zat ik weer in de trein terug naar Amersfoort, met de sporen van de zon in mijn gezicht en de sporen van een liedje in m'n hoofd: 'Vandaag is rood'...